GVO en HVO » Competenties vakdocenten

Competenties vakdocenten

Wie bevoegdheid wil zijn om onderwijs te geven, moet over de vereiste competenties beschikken en die tijdens zijn of haar loopbaan ook bijhouden.
Daarom geldt de bepaling in de wet Beroepen in het Onderwijs in beginsel ook voor docenten godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk / humanistisch vormingsonderwijs op openbare basisscholen.

Naast de competentiebeschrijvingen is er ruimte voor het ontwikkelen van aanvullende competenties. De docenten die de GVO- en HVO-lessen geven, zijn immers verbonden aan kerken of andere godsdienstige of levensbeschouwelijke organisaties. Deze verbondenheid met de eigen zendende instantie loopt als een rode draad door alle competenties heen. Het uitdrukken van die verbondenheid in relatie tot de eigen levensbeschouwing is onderdeel van de professionaliteit van de docent.

De vaststelling van het document betekent dat de GVO- en HVO-leraren in de toekomst aan de genoemde competenties moeten voldoen. Daarmee is het een instrument voor de vakbekwaamheid van de docenten en voor de kwaliteit van hun onderwijs.

Hieronder een indruk van het document (hoofdstuk 2):

Vakinhoudelijke competenties

De leraar draagt er zorg voor dat, in verbondenheid met de eigen zendende organisatie, een uitdagende leeromgeving gerealiseerd wordt voor leerlingen. In deze omgeving kunnen leerlingen ervaringen opdoen met religieuze of levensbeschouwelijke oriëntatie. De leraar heeft kennis van doel en inhouden van het GVO of HVO en is zich hierbij bewust van de mogelijke bijdrage aan de vormgeving van de identiteit van de school.

Lees of download het gehele document: 
“Competente vakdocenten GVO en HVO voor de openbare basisschool” (PDF)


Terug naar boven