GVO en HVO » Wettelijk kader

Wettelijk kader

Het recht op godsdienstonderwijs en humanistisch vormingsonderwijs op openbare basisscholen is al tientallen jaren wettelijk vastgelegd (in de artikelen 50 en 51 van de Wet Primair Onderwijs). 

De wettelijke regeling voorziet in een strikte scheiding van verantwoordelijkheden. De school is alleen verantwoordelijk voor de beschikbaarheid van lesruimte en lesuren. Een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie is verantwoordelijk voor de (kwaliteit van de) lessen. Zij stelt de docenten aan en treedt op als werkgever.

Voordelen
Deze scheiding van verantwoordelijkheden zorgt ervoor:

  • dat de school zich niet hoeft te bemoeien met de inhoud van het genoemde onderwijs
  • en dat de docenten van het openbare onderwijs hierdoor niet met extra (onderwijs)taken worden belast.

De organisaties die GVO en HVO aanbieden benoemen docenten voor het geven van deze lessen.

Voor alle duidelijkheid: het volgen van de lessen G/HVO is niet verplicht. De lessen worden alleen gegeven als ouders hierin belang stellen. En de kinderen die niet aan deze lessen meedoen, kunnen andere activiteiten volgen.

School-web-klein (22)Gastheerschap van de school

1.     Bij vermoeden van gebrekkig gastheerschap van de openbare basisschool: wie is bevoegd de school hierop aan te spreken?

De uitzendende organisatie die in opdracht van de school GVO/HVO verzorgt. Leidt dit niet tot een oplossing, dan kan de inspectie van het onderwijs worden ingeschakeld. Daarnaast kan de medezeggenschapsraad gebruik maken van haar initiatiefrecht en het onderwerp met het bestuur van de school bespreken. Ouders kunnen individueel eventueel een klacht indienen. In uiterste gevallen kan een gang naar de rechter worden overwogen

2.     Mag een openbare basisschool zelf grenzen stellen aan gastheerschap op basis van bijv. gebrek aan beschikbaarheid van lokalen of roosterproblemen?

Het bevoegd gezag moet al het mogelijke doen wat binnen zijn macht is om het GVO/HVO mogelijk te maken. Indien nodig moet het bevoegd gezag in een zo vroeg mogelijk stadium de nodige maatregelen of voorzieningen treffen.

Behoeftepeiling door school

3.     Kan een openbare basisschool verplicht worden de behoefte aan GVO en HVO te peilen onder de ouders, c.q. kan een school verplicht worden om een peiling door een (of meer) uitzendende instantie(s) toe te laten?

Nee, het bevoegd gezag is niet verplicht om een behoeftepeiling te (laten) verrichten. Maar er zijn ook geen factoren die het bevoegd bezag belemmeren om dit te (laten) doen.

4.     Hoeveel ouders moeten minimaal de school verzoeken om een aanbod GVO of HVO te organiseren, dat er van de openbare school verwacht mag worden dat ze actie ondernemen om GVO of HVO in hun school te (doen) realiseren?

Gebruikelijk is om uit te gaan van een minimum aantal van 10 leerlingen (Vereniging voor Openbaar Onderwijs,  2000). Dit aantal wordt ook gehanteerd in de modelverordening van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG).

5.     Kunnen ouders iets doen als de openbare school weigert om verkenningen rond vraag dan wel aanbod van GVO en/of HVO te verrichten, bijv. vanwege persoonlijke opvattingen over G/HVO of vanwege praktische redenen?

Formeel niet. Ouders kunnen contact opnemen met de ouderraad en/of de medezeggenschapsraad. De ouderraad zou hierover in gesprek kunnen gaan met de directie. De oudergeleding van de medezeggenschapsraad kan gebruik maken van haar initiatiefrecht. Individuele ouders kunnen ook gebruik maken van het klachtrecht.

6.     Mag het GVO en HVO worden voorgelegd aan kinderen en ouders als een klassikaal aanbod met een opt-out mogelijkheid? (wie zwijgt stemt toe)

Nee, GVO/HVO is geen onderdeel van het curriculum van de school.


Terug naar boven